Biologische bestrijding bodemplagen

Bij de biologische bestrijding, wordt meestal gedacht aan een bovengrondse uitzet van natuurlijke vijanden. Enigszins te begrijpen, omdat deze bovengrondse plantendelen kunnen worden aangetast door tal van belagers, de schade vaak direct zichtbaar is en omdat in veel substraatteelten de bodemgerelateerde aantasters vaak de weg wordt afgesneden naar de wortels. Bij de teelt van gewassen in de grond echter, zullen eveneens de ondergrondse delen blootstaan aan aantasting door schadelijke organismen. Van oudsher valt daarbij te denken aan slakken, taxuskevers, varenrouwmuggen, aaltjes etc. Al deze organismen zullen gedurende hun levenscyclus één of meerdere stadia hebben die parasiteren op het wortelstelsel van de plant, of veroorzaken zelfs schade aan de bovengrondse delen. Een ander verschijnsel dat bij teelten in de grond kan optreden, is het sneller opbouwen van een populatie door met name mineervlieg en trips. Deze twee insecten zullen van nature hun popstadium in de toplaag van de bodem voltrekken. In substraatteelten zal een gedeelte van de poppen, in tegenstelling tot in de grondteelten, op het folie kunnen verdrogen.

Voor deze bodemgerelateerde plagen is in de natuur eveneens een oplossing te vinden, in de vorm van hun natuurlijke vijanden. Voor bovengenoemde plagen zijn deze vooral te vinden in een aantal nuttige aaltjes en een grondroofmijt. De aaltjes zijn echte parasieten, die het lichaam van hun gastheer binnen dringen en zich daarin vermenigvuldigen. De grondroofmijten kunnen larven van plaagorganismen opvreten alsmede tripspoppen. Deze natuurlijke vijanden, voor onder meer de bodemgerelateerde plagen, worden door BioPol geproduceerd, en worden op commerciële basis in teelten toegepast. Deze natuurlijke vijanden zullen in het kort aan u worden voorgesteld.

Nemaslak tegen naaktslakken

Dit is een preparaat op basis van het insectparasitaire aaltje Phasmarhabditis hermafrodita. Deze aaltjes zijn in de bodem actief en zullen via de mantel van de naaktslak zich een weg verschaffen in het lichaam van de slak. Hier aangekomen zullen bacteriën uit het lichaam van de aaltjes de slak uiteindelijk doden, maar voor het zover is zal de mantel van de slak een typische zwelling gaan vertonen. Geparasiteerde slakken stoppen een paar dagen na infectie al met eten. De aaltjes zullen zich voeden en voortplanten op het slakkenkadaver en vervolgens op zoek gaan naar een nieuwe prooi. Nemaslak heeft een goede werking tegen de grauwe veldslak en aanverwante soorten. Nemaslak dient in water opgelost te worden, en is vervolgens met spuitapparatuur of gieter in de bodem in te regenen. Doseringen van 300.000 aaltjes/m² zijn het meest gangbaar, met een eventuele herhaling na 14 dagen. De bodem dient wel tot 14 dagen na toepassing vochtig gehouden te worden om een optimale werking van de aaltjes te waarborgen. Nemaslak werkt het beste bij een bodemtemperatuur van 15°C (min. 5°C, max. 20°C).

Heterorhabditis megidis tegen taxuskever

Heterorhabditis is een insectparasitair aaltje tegen de larven van snuitkevers zoals de taxuskever. De aaltjes zoeken in de bodem actief naar larven en dringen deze binnen. Ook hier zullen na indringen uit de aaltjes bacteriën komen die voor de gastheer dodelijk zijn. Weefsels van de taxuskeverlarven zullen door de bacteriën worden omgezet in substanties die door de aaltjes gemakkelijk zijn op te nemen. De aaltjes planten zich voort en de nakomelingen kunnen op zoek naar nieuwe prooi.

Geïnfecteerde larven verkleuren van wit naar rozerood/bruin en sterven binnen enkele dagen. Voor de werking dient de bodem voldoende vochtig te zijn en de bodemtemperatuur tussen de 10 en 25°C te liggen. Heterorhabditis wordt als preparaat opgelost in water, en kan via spuitapparatuur of gieter aan de bodem worden toegevoegd. Voor lichte aantastingen kan volstaan worden met een dosering van 500.000 aaltjes/m² en voor de zwaardere aantastingen 1.000.000 aaltjes/m². Het éénmalige toedienen volstaat meestal om het gewenste bestrijdingseffect te bereiken.