Aaltjes

Prosper Nema Bodemverbeteraar

Prosper Nema beschermt de wortels tegen de schadelijke invloed van aaltjes, verbetert de ontwikkeling van het wortelgestel en vergemakkelijkt de opname van voedingsstoffen.

Werking van het preparaat

Prosper Nema is een schimmelpreparaat met een mix van Mycorrhizae-sporen. Deze schimmels zijn van nature in vrijwel alle gronden aan te treffen. Aldaar zijn ze mede verantwoordelijk voor het onderdrukken van de populatie-opbouw van aaltjes. In deze gronden is sprake van een natuurlijk evenwicht waarbij ook aaltjes zich door toedoen van natuurlijke vijanden en antagonisten geremd zien in hun populatieopbouw. Met de komst van Landbouw op vele gronden en de daarin toegepaste manier van bemesting, gewasbescherming, stomen etc zijn het met name de aaltjes die profiteren van het hierdoor wegvallen van dit natuurlijke evenwicht. Prosper Nema moet gezien worden als het handvat om op gronden waar het evenwicht verstoord is, dit door middel van een toevoeging aan antagonisten weer te herstellen. Prosper Nema heeft geen direct bestrijdend effect, maar remt sterk de populatieopbouw van aaltjes, onder ander ook die van het schadelijke geslacht Meloidogyne (wortelknobbelaaltje).

De schimmels in Prosper Nema gaan een samenwerking aan met de planten, door zich aan hun wortelgestel te hechten. De schimmels hechten zich daarbij aan/in de wortels. Hier zullen de schimmels voedingsstoffen gaan onttrekken, in ruil voor het doorgeven van voedingsmineralen aan de plant die de plant anders moeilijker had kunnen opnemen. De schimmels zullen eveneens een natuurlijke barrière opwerpen rond de wortels, waardoor ze veel moeilijker, of geheel niet, te penetreren zijn door (wortelknobbel)aaltjes. Men kan in zo’n geval spreken van plaatsbezetting door de schimmels, op plaatsen waar anders graag de aaltjes hadden gezeten. Als de schimmels de biosfeer rond het wortelstelsel bezetten, kunnen de aaltjes niet/nauwelijks meer bij hun voedingsbron komen. Tevens bleek uit proeven met eipakketten van wortelknobbelaaltjes, dat de aanwezigheid van Prosper Nema voorkomt dat deze eieren uitkomen.

Het toepassingsgebied van Prosper Nema Bodemverbeteraar

Prosper Nema vindt haar toepassing in vrijwel alle grondteelten in de land- en tuinbouw waar enerzijds hinder wordt ondervonden van de aanwezigheid van schadelijke aaltjes, en anderzijds het biologische evenwicht is ontwricht door toedoen van chemische middelen, stomen etc. Het bereiken van het beoogde niveau van het evenwicht kan enige tijd in beslag nemen, omdat biologische processen in de grond relatief traag verlopen. Het zal dus enige tijd, tot enkele maanden, in beslag kunnen nemen alvorens een populatie aan aaltjes in de grond is gehalveerd. Geadviseerd wordt dan ook om toepassing in de buitenteelten bijvoorkeur te laten plaatsvinden in het voorjaar vanaf het moment dat de zon de grond al enigszins heeft opgewarmd.

Proefresultaten

Uit meerdere proeven is gebleken dat het mogelijk is om met behulp van Mycorrhizae een aaltjespopulatie in de grond te laten slinken. Ook bij de zwaardere aaltjesaantastingen, voorafgaand aan poten en eerste Prosper Nema-toediening, manifesteerde zich gedurende de gehele teelt nauwelijks zichtbare schade aan het wortelgestel, terwijl grondmonsters duidelijk zichtbaar maakten dat de aaltjespopulatie meer dan halveerde per twee maanden. Gedurende de teelt bleek het beste resultaat geboekt te worden wanneer op gezette tijden, ongeveer maandelijks, telkens weer een lichte dosering aan Prosper Nema aan de grond werd toegediend. Het gewenste remmende effect op de aaltjes nam af naar mate er te hoge doseringen aan Prosper Nema werden toegediend!

Een proef werd uitgevoerd bij een grondteelt van tomaat (ras Cheetah, 4.000 m²), in de periode

1 april ’98 t/m 14 september ’99. Op deze grond heerste al langer een zware besmetting met Meloidogyne spp, en aan het eind van een tomatenteelt was er duidelijk zichtbare schade aan het wortelgestel in de vorm van vele wortelknobbeltjes. De tomatenteelt (±april-augustus) word telkens gevolgd door een andijvieteelt (±september-maart). Traditioneel liep de aaltjespopulatie op gedurende de tomatenperiode, en nam tijdens de andijvie weer licht in aantallen af. De afname was nooit genoeg om aan het begin van de nieuwe tomatenteelt af te zijn van de kwalificatie ‘zware besmetting’.

Voorafgaand aan het poten van de tomatenplanten op 1 april ’98, is een grondmonster gestoken en is een gedeelte van de kas met Prosper Nema eenmalig ingeregend met 10 gram/ 100m². Anderhalve maand na de toediening was het aantal aaltjes sterk gedaald. Begin september aan het einde van de teelt hadden de aaltjes zich weer flink hersteld. Gemeend wordt dat bovengrondse behandelingen met Eupareen en zwavel, beide met schimmelbestrijdend effect, hun weerslag hebben gehad op de nuttige schimmels ondergronds. Van half september ’98 tot en met half maart ’99 stond er een andijvieteelt. De aaltjespopulatie liep weer sterk terug. Voorafgaand aan de volgende tomatenteelt werd weer op hetzelfde stuk grond dezelfde dosering aan Prosper Nema toegediend. Na twee maanden was aan het grondmonster weer een daling van het aantal aaltjes waar te nemen. Dit jaar zal Prosper Nema echter meerdere keren worden toegediend in plaats van eenmalig. De eerste toediening was half maart en daarna nog 4 maal, telkens met een maand interval, met telkens met een dosering van 5 gram per 100m². Hiermee was tot aan het einde van de teelt het aantal wortelknobbelaaltjes onder de 500 per 100ml grond te houden en was het wortelgestel tot aan het einde van de teelt vrijwel gevrijwaard gebleven van wortelknobbels. Zie onderstaande figuur voor het verloop van de aaltjespopulatie gedurende de proef.

Toepassingstechniek en dosering

De toediening van Prosper Nema bodemverbeteraar aan de grond kan het beste één à twee dagen voor het poten plaatsvinden. Los het preparaat op in water, 5 à 6 uur voor toepassing. De schimmelsporen krijgen zo de tijd om te kiemen Preparaat bevat een in water oplosbare draagstof Gebruik chloorvrij water voor oplossing en toediening aan de grond

Bij 1-500 schadelijke aaltjes/ 100ml grond, tussen 5 en 10 gram PN/ 100m²

Bij 500-1000 schadelijke aaltjes/ 100ml grond, 10 gram PN/ 100m²

Bij meer dan 1000 schadelijke aaltjes/ 100ml grond maximaal 15 gram/100m²

Tijdens de teelt ongeveer maandelijks tussen de 5 en de 10 gram/ 100m²

Binnen een week na (pleksgewijs) chemische correcties, (pleksgewijs) 5 gram per 100m²

Twee maanden na de eerste toediening zal nogmaals een grondmonster gestoken worden om de invloed van Prosper Nema op de aaltjespopulatie vast te stellen. Aan de hand van de resultaten van het tweede grondmonster, de nog resterende teeltduur, de eventueel opgetrede schade etc, kan besloten worden nogmaals een toediening van Prosper Nema te overwegen en in welke dosering deze dan het beste kan plaatsvinden. Geadviseerd wordt om gedurende de teelt toch regelmatig hoeveelheden van Prosper Nema aan de grond te blijven toevoegen, omdat het effect op de aaltjes anders hoogst waarschijnlijk langzaam maar zeker wegebt. Doseringen gedurende de teelt kunnen het beste liggen tussen de 5 en 10 gram per 100m².